Historie Werkgroep

voorkant boek klHistorie Werkgroep Bollenerfgoed

Twintig jaar geleden was nog geen enkele bollenschuur beschermd. Nu staan bijna honderd bollenschuren op de monumentenlijst. Dat is de verdienste van de Werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek, die in 1996 werd opgericht.

In dat jaar, het Jaar van het Industrieel Erfgoed, vroeg de provincie Zuid-Holland aan het bestuur van Museum De Zwarte Tulp of zij zich ook wilden bekommeren over de collectie buiten het museum. Daarmee bedoelde men de oude bollenschuren in de Bollenstreek, die steeds meer in verval raakten, doordat ze voor het agrarisch bedrijf gene functie meer hadden.
Er werd een projectgroep gestart, die alle bollenschuren ging inventariseren en onderzoeken. In 1998 werd het boek Beelden van bollenschuren uitgebracht, waarin de 33 meest waardevolle bollenschuren werden gepresenteerd. Daarnaast werden destijds nog 143 andere waardevolle schuren in een register ondergebracht. De belangrijkste elf schuren in de Bollenstreek kwamen op de Rijksmonumentenlijst.

Nota Regionaal Bollenschurenbeleid coverRegionale Collectie
In 2001 bleek dat in de periode 1997-2001, ondanks de inspanningen van het project, een derde deel van de waardevolle bollenschuren in de Duin- en Bollenstreek was gesloopt, door verval of sloop bedreigd of verregaand was aangetast, doordat ze ingebouwd raakten of ondeskundig zijn gerenoveerd. Tijdens de herinventarisatie zijn bovendien zijn veel nog niet geïnventariseerde schuren ontdekt. In het rapport Bollenschuren Revisited uit 2002 werd daarom de noodklok geluid.
Samen met de gemeenten en de regionale overheid is gewerkt aan de intergemeentelijke beleidsnota Regionaal Bollenschurenbeleid, die in 2006 is vastgesteld. Het draagvlak voor behoud en herbestemming van bollenschuren is daardoor aanzienlijk vergroot. Bovendien is toen de Regionale Collectie Bollenschuren vastgesteld, waarin de honderd belangrijkste bollenschuren van de Bollenstreek zijn opgenomen. Een groot deel daarvan is inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument. Voor 50 van de 100 meest waardevolle bollenschuren zijn schildjes gemaakt, die uitleg geven over de historie en de functie van het pand voor de bloembollenteelt. 

2006 Nieuw leven voor oude bollenschurenHerbestemming
Maar bescherming alleen bleek niet voldoende: de Werkgroep maakte de geesten rijp om bollenschuren een nieuwe bestemming te geven. In de afgelopen decennia heeft de Werkgroep talloze adviezen aan particulieren en overheden gegeven over behoud en herbestemming van bollenschuren. Bovendien verscheen het boek Nieuw leven voor oude bollenschuren, dat bedoeld is als stimulans voor eigenaren, architecten, aannemers en overheden om meer bollenschuren door functiewijzing en herontwikkeling voor de toekomst te behouden. De beste voorbeelden van behoud en herbestemming komen in aanmerking voor de Zwarte Tulp Prijs, die de Werkgroep sinds 2003 jaarlijks uitreikt. Door middel van boeken, tentoonstellingen en publiciteit zijn de bollenschuren als cultuurhistorisch erfgoed op de kaart gezet. 

2015 De Bollenstreek 71.30Bollenerfgoed en landschap
De laatste tien jaar wordt niet meer alleen gekeken naar de bollenschuren, maar ook naar woonhuizen en andere gebouwen die met de bloembollencultuur te maken hebben. bovendien werd steeds meer een link gelegd tussen het gebouwde erfgoed en de gebouwen en het landschap van de Bollenstreek, waarmee het bollenerfgoed onlosmakelijk verbonden is. Ook kwam er meer aandacht voor de mensen die de bloembollencultuur groot gemaakt hebben wen die in de bloembollenbedrijven gewerkt hebben. De manier waarop de Bollenstreek eruit ziet is een footprint van de bloembollencultuur. Het is van groot belang dat we dat kunnen blijven zien, zodat de inwoners begrijpen waar ze wonen.

De Werkgroep Bollenerfgoed heeft de eerste tien jaar onder de vleugels van Museum De Zwarte Tulp geopereerd. Sinds 2007 functioneert de Werkgroep Bollenerfgoed onder de vlag van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG), het overkoepelende platform van erfgoedorganisaties in de regio. Hierdoor is de binding met de historische verenigingen versterkt.