Wat zijn bollenschuren

Wat zijn Bollenschuren?

Bollenschuren zijn gebouwd als opslag- en werkruimte voor bollenkwekers. Vroeger werden in de schuur de bloembollen gedroogd op houten stellingen. Het grootste deel van de schuur werd daardoor in beslag genomen. Daarnaast was er een werkruimte om de bollen te pellen, te sorteren en te verpakken en tevens een kantoor voor de directie en administratie.


tek stellingenschuurDe houten stellingen in de schuren vormen tevens de dragende constructie van de bollenschuur. Soms zijn deze stellingen nog intact, vaak zijn ze al vervangen door een staalconstructie, vooral als de bollenschuur een andere bestemming heeft gehad. In veel schuren zijn later koelcellen gebouwd, waarin de bollen op de juiste temperatuur bewaard konden worden.

Cultuurhistorisch erfgoed

Van Bourgondien sloop stellingenschuur kl

Bollenschuren zijn beeldbepalende elementen in het cultuurhistorisch erfgoed van de Duin- en Bollenstreek. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met het zanderijenlandschap, met zijn bollenvelden, kaarsrechte zandsloten en heggen en vormen zo de erfenis van het rijke verleden van de bloembollenteelt. 

In ons rapport Cultuurhistorisch onderzoek van bollenschuren (1998) wordt de bouw- en gebruiksgeschiedenis van bollenschuren uitgebreid beschreven.

Foto: Sloop van een stellingenschuur. De muren werden afgebroken terwijl de stellingen bleven staan.

Architectuur van bollenschuren

Typologie schuren

Oude bollenschuren vormen bijzonder industrieel-agrarisch erfgoed. Ze vertellen het verhaal van de bloembollencultuur en staan als iconen in het kenmerkende landschap van de Bollenstreek. Tot in het midden van de negentiende eeuw was het telen van bloembollen een bijverdienste van boeren en kwekers. Men legde de bloembollen te drogen op de zolder van het huis. De groeiende export van bloembollen leidde tussen 1850 en 1890 tot de bouw van bollenschuren. In deze speciale schuren werden de bollen gedroogd, bewaard en verwerkt voor de handel en export. 

De eerste bollenschuren (1850-1900) waren van hout; vanaf 1900 kwamen er ook schuren van steen met verschillende dakvormen. Na het rooien werden de bloembollen in rieten manden naar de bollenschuur vervoerd en op de stellingen uitgespreid om te drogen. Die stellingen waren tevens de constructie van het gebouw en droegen het dak en de vloeren.
De bollenschuren waren twee tot vier verdiepingen hoog. Onder het dak, meestal een zadeldak of mansardekap, was ook ruimte voor de opslag van bollen. De houten deuren in de gevels zorgden voor een natuurlijke ventilatie. Het platte dak deed z'n intrede en vanaf 1910 werden de meeste schuren met platte daken gebouwd. In de gevels bevonden zich nog altijd openslaande deuren of ramen voor een natuurlijke klimaatbeheersing.

Na de komst van elektriciteit in 1922 stapten veel bollenkwekers over op het drogen met warme lucht. Er kwamen luchtkokers en ventilatoren in de schuren. De houten ventilatiedeuren werden vervangen door kleinere stalen ramen. In de gevels kwamen roosters om lucht aan en af te voeren. Men bouwde in de schuren ook klimaatcellen om bollen te koelen of juist te verwarmen.

In 1924 werd de gaasbak ingevoerd: een houten kist van 75 x 50 cm. met een bodem van gaas. Als je de bakken op elkaar stapelde, kreeg je een mobiele bollenstelling, die met een wagentje verplaatst kon worden. Dat scheelde veel gesjouw met bollenmanden. In de bollenschuren maakten de houten stellingen plaats voor stapels gaasbakken. 

In de periode 1945-1960 werden de bollenschuren lager, met slechts een bouwlaag en met klimaatcellen en grote verwerkingsruimten voor het inpakken en verzenden. Ook ontwierpen architecten nieuwe types bollenschuren.

Rond 1965 verschenen er stalen bedrijfsgebouwen in het landschap. In deze loodsen werkt men met droogwanden en palletkisten ofwel kuubskisten. Die kisten zijn alleen te verplaatsen met een tractor of een vorklift. Aan de buitenkant is bijna niet meer te zien dat het om een bollenschuur gaat.